English  Nederlands  Deutsch 
Welkom
Praktijk
Adviezen
Nieuws
Producten
Contact
Export
 
Tips
Duivensport
Pers
 
Tips
 

Enten en kampioenen
 

Voortbordurend op de wonderbaarlijke kruidendranken uit de tijd van Asterix en Obilix zijn er thans in de duivensport talloze middelen die tot ongekende prestaties zouden leiden. Er worden mij vaak van die wondermiddelen aangeboden om “ze even te laten analyseren of uit te testen”.

Mensen beseffen vaak niet hoeveel werk dat is en hoeveel duiven, in verschillende groepen, daarvoor nodig zijn. Die duiven moeten in gelijkwaardige hokken gehouden worden, duiven van eenzelfde samenstelling en op gelijke vluchten meerdere malen ingekorfd worden. Meestal, zoniet altijd zijn de resultaten teleurstellend.

Ook tegen de adeno-coli bij jonge duiven heb ik al talloze “oplossingen” mogen aanhoren. Van ondermelk tot wei, lactulose, azijnzuur, mierezuur enz. enz. Soms leek het te helpen. Maar meestal kostten de middelen alleen geld en tijd. Adeno-coli (de Duitsers noemen het Jungtaubenkrankheit) kan voor een belangrijk deel eerder voorkomen worden door goede zootechnische maatregelen zoals:

  • niet te vaak bijspenen
  • op jonge leeftijd enten tegen paramyxo
  • geen overbevolking
  • na elke stressactie zoals het spenen, enten, de eerste keren in de mand, de eerste inkorvingen enkele dagen een colikuur toedienen.

Wat de prestaties betreft draait bij duiven toch vooral om de kwaliteit van de duiven en goede verzorging zoals regelmaat en goede voeding en het hok moet goed zijn. En zijn ze ziek of onderweg dan werken meestal alleen de goede geneesmiddelen zoals de antibiotica en de chemotherapeutica. Natuurlijk voorafgegaan door goed onderzoek en een deskundige verstrekking van de geneesmiddelen.

We kunnen de duiven wel voorbehoeden voor ziekten. Dat doen we zoals gezegd door een goed hok, geen overbevolking, goede verzorging, goede selectie, goede voeding en medisch gezien met vaccinaties.

Wat is er aan vaccinaties mogelijk?
In de eerste plaats de pokken-enting. Die kan op 2 manieren. Samen met de paramyxo als injektie of apart met een kwastje wordt dan de entstof in de huid ingewreven. De laatste blijft wel de beste enting maar geen van de pokken-entingen is echt afdoende. Wel is het van belang dat de enting jaarlijks gedaan wordt en niet zoals vaak gedacht wordt eenmaal als jonge duif. Enten met de follikelmethode uiterlijk 2 weken voor het inkorven. Als tweede hebben we de paramyxo-enting. Er zijn er 2 toegestaan. De Nobivac Paramyxo en de Colombovac PMV. Ze zijn beiden goed en werken praktisch voor 100% beschermend. De enting is jaarlijks verplicht en mag alleen door een dierenarts verricht worden. De uiterlijke termijn is 2 weken voor de eerste inkorving. Deze enting heeft niet veel nadelige uitwerking en een week na de enting kan al gekoppeld worden.

Verder hebben we de paratyfus-enting. Er is een commerciële enting de Colombovac Paratyfus. Deze enting grijpt behoorlijk zwaar in. Hij moet alleen bij kerngezonde duiven toegepast worden en uiterlijk 3 weken voor de koppeling of voor de aanvang van de vluchten en na de rui. Wij maken in de praktijk zg formolvaccins van de paratyfusstammen die bij de liefhebbers gevonden worden. Deze zijn minder ingrijpend. Ook wordt nogal eens gebruik gemaakt van het Duitse vaccin Zoosal T, dat als enige een levend paratyfusvaccin is.

Gaan we nog tegen vogelgriep enten?
Misschien gaan we in de toekomst nog enten met het vogelgriepvaccin. Er ligt bij de fa. Intervet voldoende klaar. In dierentuinen wordt er al gebruik van gemaakt en mogelijk kan zo’n enting ons behoeden voor maatregelen met betrekking tot de vluchten. Tot op heden is deze enting nog niet bij onze duiven toegestaan.

Paramyxo en paratyfus tegelijk enten kan soms tot behoorlijke entre-acties leiden. Sommige liefhebbers laten het nog wel doen maar de duiven moeten kerngezond zijn. Veelal geven de liefhebbers eerst een paratyfuskuur en laten de duiven voorafgaande aan de enting onderzoeken op wormen, coccidiën of trichomonas.

Er wordt mij nogal eens gevraagd naar het geheim van de grote kampioen. Wat leidt ertoe dat de een steeds weer tot grote prestaties komt en de ander er zo’n moeite mee heeft. We zouden dan moeten komen tot een profielschets van de kampioen. Als ik de toppresteerders onder mijn patiëntenkring zo eens door doorneem dan denk ik het volgende:

  • de kampioen is meestal netjes en accuraat. Rond zijn huis is het geen bende en alles ziet er redelijk tot goed verzorgd uit. Als hij in de praktijk komt heeft hij een schoon mandje, niet aangevreten door de muizen, schoon strooisel en de buitenkant van de mand is niet smerig. Er zitten niet te veel duiven in de mand en de doffers zitten meestal gescheiden in de mand zodat ze elkaar niet verwonden, zeker de vitesse-midfond duiven.
  • De kampioen is moeilijk beïnvloedbaar. Hij heeft een systeem en daar blijft hij bij.Dat geldt voor zijn voer, zijn medische begeleiding de binnen-en buitenkant van zijn hok, enz. Hij komt pas voorzichtig informeren naar andere systeem-mogelijkheden als het een jaartje iets minder gaat.
  • De kampioen is altijd op zoek naar betere duiven. Hij zoekt ze vooral in kringen van liefhebbers die hard spelen. Meestal door ruilen en uitlenen van duiven.Daarom ook blijft de kwaliteit van de duiven in kampioenskringen vrij hoog.
  • De kampioen blijft goed op de hoogte. Hij leest meerdere duivenbladen en deze blijven niet ongeopend op de schoorsteen liggen. Uit de bladen haalt hij de prestaties van de collega’s maar ook nieuwe zaken in de duivensport ontgaan hem niet.
  • Een kampioen is eigenlijk altijd bezig met duiven. Op vakantie gaat hij vaak samen met andere melkers en anders zoekt hij wel een duivenmelker op in de buurt van zijn vakantieadres.
  • De kampioen heeft een perfecte administratie en hij kent meestal alle duiven inclusief hun prestaties en afkomst uit zijn hoofd en als je bij hem in het hok staat raakt hij er niet over uitgepraat.
  • Het is voor de kampioen onvoorstelbaar om te stoppen met duiven. Hoogstens verkoopt hij ze maar na 2 jaar staat hij (of zij) er weer. Er wordt niet gezeurd over het komende seizoen met alle risico’s van vliegen of niet vliegen. Ze zien wel als het zover is en niet van “als de vluchten niet doorgaan dan stop ik”. Dat zijn meer de liefhebbers die eindelijk de gelegenheid aangrijpen om te doen wat ze de laatste jaren al steeds van plan waren omdat ze genoeg hadden van het keurslijf van de duivensport.
  • De kampioen is optimistisch over de toekomst van de sport. Het ledental zal volgens hen de eerste jaren zeker nog teruglopen maar er blijft een harde kern over van goed spelende en gemotiveerde sporters. De prijzen van de kampioensduiven zullen hoog blijven door een goede afzetmarkt in het buitenland en manifestaties als eenhoksraces zich uitbreiden en bv “one million-euro-races” niet ondenkbaar zijn.

Nu moet u niet denken als een of enkele van de bovengenoemde zaken bij u ontbreken dat het kampioen-zijn voor u niet weggelegd is. Maar zeker zal u vele van de bovengenoemde zaken bij de topspeler die u kent herkennen. Overigens hoeft u geen kampioen te worden. U kunt ook zonder dat plezier hebben in de duiven. Vaak is de topsport zelfs een belasting voor u en uw gezin.

 
<< terug